In tegenstelling tot de kleurrijke verscheidenheid aan levensvormen onder water is de variëteit aan flora en fauna op het land een stuk minder. Suikerriet en citrusbomen zijn de overheersende beplantingen in Egypte. De woestijnen zijn vrijwel onbegroeid. Egypte heeft geen bossen. De plantengroei is hoofdzakelijk van mediterrane oorsprong, met onder meer sinaasappelbomen, acacia's, vijgenbomen, eucalyptusbomen, tamarinden en dadelpalmen.
Landbouwgewassen zijn suikerriet, katoen, rijst en graan. Langs de Nijl is er een overvloedige groei van palmen en andere bomen waardoor het stroomgebied een tropisch aanzien heeft. In de woestijn leven weinig wilde dieren, hier tref je onder andere de woestijnvos en in de bergen leeft de Nubische steenbok. Het onderwaterleven in en rond de koraalriffen van de Rode Zee is uniek. Aan de kust zijn ook veel vogelsoorten te zien, waaronder de visarend, verschillende soorten reigers, de kievit, steltlopers en waadvogels.
De bewoners van Egypte houden kamelen, ezels, paarden, waterbuffels, koeien, schapen, geiten, kippen en duiven. Nijlpaarden zijn bijna uitgestorven, krokodillen zijn er nog in het Nassermeer. Bekend is de grote nijlvaraan, een reptiel dat wel twee meter lang kan worden. Slangen zijn er ook in verschillende varianten. Zowel in de steden als in de dichtbevolkte streken op het platteland tref je talloze verschillende soorten vogels aan, zoals de tortelduif, de groene bijeneter en de witte kiekendief, die in Europa al bijna niet meer voorkomt.